Print

Een korreltje zout

zoutU kent ze wel, die verhalen in de trend van: De Heer gaf mij in dat ik met de bus naar een stad 50 km verderop moest. Ik had geen geld, maar ging toch naar de bushalte en daar gaf iemand mij zomaar een buskaartje naar de juiste stad. Het zal wel niet goed van mij zijn, maar ik nam dat soort verhalen met een korreltje zout. “Nam” schrijf ik, want soms wordt je even met de neus op de feiten gedrukt.

Tijdens voorbereidingen voor de sluitingsdienst van Sonrise liepen er een meisje en een jongetje op ons af met de vraag of ze even binnen in “de Kapel” mochten gaan kijken. Dat mocht natuurlijk. Marja ving ze op, leidde ze rond en gaf antwoord op een aantal vragen. Eén van hun vragen was of ze een bijbel konden krijgen. Na mij binnen geroepen te hebben lieten we ze beiden hun adres opschrijven en beloofden we dat we er voor zouden zorgen. In de dagen die volgden zat ik er toch een beetje mee. Was het misschien een bevlieging, waren zijn ouders moslim en stelden ze een bijbel dan wel op prijs. Afijn dacht ik, na de vakantie overleg ik het wel met Henk.

Tijdens de rommelmarkt liep ik even de Kapel in en plotseling hoorde ik de stem van het jongetje (laat ik hem Johan noemen) die vroeg aan Henk: Meneer, is mijn bijbel er al? Snel draaide ik mij om en met het schaamrood enigszins op de kaken vertelde ik Johan dat ik hem nog niet had gehaald, maar dat ik het snel ging regelen. Zo gezegd zo gedaan. De eerst mogelijke zaterdag kocht ik een bijbel in “het Lighthouse”.

Toch bleef ik het brengen nog een tijdje uitstellen. Ik ben geen echte held. Maar op zeker moment nam ik me voor dat het vandaag moest gebeuren. Ik zocht de kaartjes met adressen op en las de slecht leesbare adressen. Wie was nou wie? Ik bedacht maar bij het best leesbare adres te gaan kijken of Johan daar woonde. Na over het hekje gestapt te zijn en aan gebeld te hebben, verscheen er een dame die me vertelde dat Johan daar niet woonde maar haar dochter Johan vast wel kende. De dochter werd naar de deur geroepen en vertelde dat ze Johan inderdaad kende, maar hij vorige week was verhuisd naar een andere wijk. Op mijn vraag of ze het adres van Johan wist, zei ze dat ze dat niet precies kende. Jammer, schoot er nu door me heen. Op dat moment hoor ik de stem van een dame achter me die over eerder genoemd hekje vraagt of ik Johan zoek? Ik draaide me om en zei dat dat inderdaad het geval was en of zei hem kende.

Het bleek zijn moeder te zijn. Nadat ik het meisje gezegd had dat ik nog met een bijbeltje langs zou komen, draaide ik me met rubberen knieën naar de moeder van Johan. Ze bleek een aantal straten verderop in de wijk gewoond te hebben en verhuisd te zijn naar een aangrenzende wijk. Wat een toeval dat ik net langs reed, zei ze. Ik wist wel beter. Johan had het de hele zomer over het bijbeltje gehad, vertelde zij mij verder. Hij zou er erg blij mee zijn. Soms ben je tegen wil en dank een korreltje zoutend zout.

Bovenstaande is een ervaring van Wim Burger, één van de organisatoren van de Sonrise sportweek in 2010.